Blij en gezond StressLes(s)

Stressles(s) deel 2: Klinkt dat als een mijn probleem?

Vandaag deel 2 van de Stressles(s)en: Is dat een mijn probleem? Problemen komen we dagelijks tegen. Soms veroorzaken we ze zelf, soms maakt een ander ze. Het meest vervelende aan problemen is dat anderen heel erg handig zijn in het gooien van hun problemen over jouw schutting. Dan is het namelijk niet meer een “hun probleem”, maar een “jouw probleem”. 

Probleem: Voor mijn gevoel ben ik de hele dag brandjes van anderen aan het blussen en ik heb al genoeg aan het blussen van mijn eigen brandjes. Hoe kom ik van andermans stress af?

Je kunt veel stress ervaren als naast je eigen problemen ook nog eens de problemen van een ander moet oplossen. Je voelt druk en verantwoordelijkheid om er wat mee te doen, terwijl het in eerste instantie nooit jouw probleem was.

Als je er op gaat letten valt het je pas op in hoeveel situaties een andermans probleem een jouw probleem wordt gemaakt. Je komt het namelijk overal tegen. Op je studie, tijdens je werk en privé. Het komt overal wel voor. Maar hoe herken je het en hoe ga je er mee om?

Daarom deel ik vandaag mijn stappenplan hoe je dit herkent en hoe je er mee om kunt gaan. Dit ga ik doen aan de hand van een voorbeeld.

Stappenplan

Voor het stappenplan gebruiken we het voorbeeld van iemand die met jou een dienst wil ruilen. Je wordt door een collega gevraagd om jouw dagdienst te ruilen voor haar avonddienst. Zij heeft namelijk iets in de avond gepland. 

Normaal gesproken vind je het niet zo heel erg om je diensten te ruilen, maar je merkt dat deze collega het wel erg vaak vraagt. Daarbij heb je eigenlijk ook helemaal geen zin om je dienst te ruilen, want je hebt zin om die avond wat leuks te kijken op Netflix. Daarbij overvalt de collega je er nogal mee. 

Je geeft aan dat het niet kan, waarop je collega geïrriteerd reageert. “Hoezo kun je niet ruilen dan?”. Jij voelt nu de druk om te verantwoorden dat je niet kunt, waarop je collega gelijk vindt dat dat geen legitieme reden is om niet te ruilen. 

Nu voel je langzaam de stress op komen en gaat samen met haar naar manieren zoeken om toch te kunnen ruilen. Deze collega heeft nu succesvol van een haar probleem een jouw probleem gemaakt. Hoe voorkom je dit nou?

Stap 1: Herken wat het probleem is en wie de “eigenaar” van dat probleem is

In dit geval is het probleem vrij duidelijk. Het probleem is dat je collega een dienst wilt ruilen, omdat zij wat anders gepland heeft. Jij hebt geen reden om een andere dienst te willen. Voor jou is alles prima. Het niet willen werken die avond is dus een “haar” probleem. 

Stap 2: Herken wie het moet oplossen

Zij moet haar problemen oplossen. Zij kan er niet automatisch vanuit gaan dat jij met haar van dienst ruilt. Jij hoeft ook geen verantwoording af te leggen waarom je niet wilt ruilen. 

Stap 3: Realiseer je dat jij het niet hoeft op te lossen

Het is een haar probleem en als jij een oplossing hebt is dat mooi, maar het hoeft niet. Uiteraard kun je met deze collega gewoon je dienst ruilen als het je uitkomt, maar als het je niet uitkomt hoef je het ook niet op te lossen. Dan is het toch echt een “haar probleem”. 

Stap 4: Realiseer je bij wie de consequenties liggen 

Je collega heeft een probleem gecreëerd door dubbel te plannen, maar legt nu de consequenties bij jou. Dat is niet heel eerlijk. Het probleem heeft in eerste instantie geen consequenties voor je. Je hoeft het daarom ook niet op te lossen. 

Bonus stap 5: Vraag dan netjes wiens probleem het is en wie het daarom moet oplossen

Wordt de collega boos of kribbig tegen je omdat je dienst niet ruilt? Vraag haar dan wiens probleem het is. Doe dit niet boos of agressief, want dan schiet ze waarschijnlijk in de verdediging. Maar je kunt haar wel op een rustige toon vragen of het als een “jouw probleem” klinkt. 

Ik zeg altijd “Ja maar klinkt dat als een Anna-probleem of een *willekeurige naam* -probleem?”. Dit leidt vaak tot een goed gesprek tussen jou en de ander. Natuurlijk moet je er niet met een gestrekt been in gaan, maar je kunt hiermee wel een gesprek openen om deze situatie in het vervolg te voorkomen.

Samenvattend

Dit was een hele lange blog, maar de belangrijkste les die ik je wil meegeven is vooral het bedenken en het benoemen van wie het probleem is. De dienst is het probleem van je collega en zij moet de consequentie daarvan aanvaarden. Waarschijnlijk heb je tijdens het lezen van deze blog nog een aantal voorbeelden in je eigen leven kunnen aanwijzen. Denk bijvoorbeeld aan iemand die bij jou spullen is vergeten en vervolgens bij jou de verantwoordelijkheid legt om het bij hem terug te brengen of iemand die wil dat jij gaat oppassen terwijl je daar geen zin in hebt.

Zodra je stress krijgt over het blussen van brandjes van anderen vraag je dan af wiens probleem het is. Kijk als je werkt als brandweerman, dan is het een jouw probleem. Dit geldt sowieso vaak tijdens je werk. Maar je kunt tijdens een evaluatie of een feedback gesprek met je collega’s wel bespreken hoe jij het ervaart als iemand anders diens problemen over jouw schutting gooit. En dan heb ik het vooral over organisatorische problemen, dus niet de problemen die jij beroepsmatig moet oplossen. 

Door te benoemen wie de eigenaar is van het probleem kun je makkelijker bepalen of je het jouw stress/verantwoordelijkheid is. Vraag jezelf daarom ook altijd af “Is dat een mijn probleem?” Nee? Mooi dan is het niet jouw stress.

Lees deel 1 van de Stressles(s): Blokkeer je tijd voordat je to-do lijst jou blokkeert via deze link.

Dit vind je misschien ook leuk...